U bent waardig, dat wij U prijzen,
en ik prijs U (en ik prijs U).
U bent waardig, om voor te buigen,
en ik buig voor U (en ik buig voor U).
U bent waardig, dat wij aanbidden,
ik aanbid U.
Ik prijs U, ik buig neer voor U,
en ik aanbid U.
 
U bent waardig, dat wij U eren,
en ik eer U (en ik eer U).
U bent waardig, dat wij geloven,
en ik geloof in U (en ik geloof in U).
U bent waardig, dat wij vertrouwen,
en ik vertrouw op U.
Ik eer U, ik geloof in U,
en ik vertrouw op U.
 
U bent waardig om van te houden,
en ik houd van U (en ik houd van U).
U bent waardig om voor te leven,
en ik leef voor U (en ik leef voor U).
U bent waardig, o zo waardig,
ik geef mijzelf aan U.
Ik houd van U, ik leef voor U,
ik geef mijzelf aan U.

Leave a comment